Nieuwsbrief voor studenten Toegepaste Informatica
Huidig nummer
  • Stage in de V.S.
  • Colofon
  • Overgangspijnen
  • CeBIT 1999
  • Troubleshooting
  • Linux, een volwaardig
    alternatief?
  • Neem nou de iMac
  • Test je kennis
  • Redactioneel
  • Homo informaticus
  • Is Windows 98
    de moeite waard?
  • Onze Microsoft
  • MP3: kan het
    nog compacter?
  • 2JJJ of 2LLL?
  • Hacking voor dummies

    Oude nummers
  • Stage in de V.S.

    Koen Aerts en Jurgen Berden zijn twee oud-studenten die vorig jaar zomaar eventjes naar de V.S. trokken om er hun stage te lopen.


  • Waar hebben jullie je stage gedaan?
      J: Voor Bandag hebben we in Muscatine (in Iowa USA) stage gelopen gedurende een zevental weken, maar het programma dat we hebben gemaakt moest geïnstalleerd worden in Oxford.

      K: Bandag heeft vestigingen over de hele wereld en wij hebben in twee ervan moeten werken.
  • Waarom in het buitenland?
      K: Amerika is een heel interessant land voor een informaticus. Amerika wordt niet voor niks 'The land of opportunities' genoemd.

      J: Dit was misschien de enige kans die we hadden en we waren er op tijd bij. In het begin was ik daar alleen mee bezig maar zijn oom ging daar naartoe. In een van de eerste e-mailberichten die we terug kregen van zijn oom stond: laat ze maar komen, hoe rapper hoe liever.
    vlnr: Stefan, Jurgen en Koen


  • Wat moet je doen om zo'n stageplaats te bekomen?
      K: In het begin dacht ik: ‘Daar begin ik niet aan’.

      J: Als je je stageplaats in Brussel vindt, dan ga je daar een aantal weken op kot en je regelt alles daar, maar Amerika is toch aan de andere kant van de wereld. Je zit ook met de andere taal.

      K: Kwestie papierwerk valt dat nog mee.

      J: We hebben naar de ambassade geschreven en onze positie uitgelegd. Officieel moet je voor Amerika een visa hebben en een werkvergunning.

      K: Maar wij zijn gewoon als toeristen geweest. Omdat een stage in ons land geen werk is maar daar wel.

      J: Je moet opletten bij de douane want ze zijn daar redelijk streng in.

      K: Je kunt dan niet zeggen dat je komt werken.

      J: We hebben gewoon gezegd dat we een thesis kwamen schrijven maar niet dat we iets moesten maken voor een bedrijf.
  • Was het financiële aspect geen probleem?
      K: Nee, eigenlijk niet want het bedrijf heeft ons in de watten gelegd: we kregen een bedrijfswagen, er werden appartementen voor ons afgehuurd. Het enige dat we moesten betalen was de vlucht heen en terug.

      J: In Oxford zaten we in het Holiday Inn Hotel voor drie weken. We kregen twee keer per dag middageten. Zelfs de verplaatsing met het vliegtuig van Iowa naar Oxford werd vergoed.

      K: Daar nemen ze het vliegtuig zoals wij de bus nemen. Wat we daar hebben betaald is eten, benzine, film. J: Met de bedrijfswagen hebben we na drie weken een klein ongeluk gehad. In Amerika mag je door het rood rijden als je rechts afslaat. De wagen voor ons vertrok en sloeg rechtsaf. Wij reden rechtdoor. De reactie van de Amerikanen was 'Shit happens' en ze zeiden: nu is die auto echt Amerikaans. Ze waren helemaal niet kwaad. Integendeel, toen we de volgende dag op het bedrijf aankwamen, wist bijna iedereen het en lachten ze ons een beetje uit.

      K: Het afhandelen van de formaliteiten na het ongeluk verliep veel sneller dan bij ons.
  • Is het bedrijf te vergelijken met bedrijven bij ons?
      K: Het werkritme is helemaal anders, Hier hangt alles af van de klok. Het is beginnen om negen uur en doorwerken tot twaalf uur en dan weer vanaf een uur. Bij ons is het: wat je vandaag moet hebben, moest gisteren af zijn, maar daar zeggen ze: ‘wat je vandaag niet doet doe je morgen wel’. De werkdruk is niet zo groot.

      J: Daar voelt dat niet aan als werken, en kun je gerust van het werkschema afwijken. Als het werk maar gedaan is. Zij vroegen ons hoe we het wilden.
  • Was het soms niet moeilijk om elkaar te begrijpen vanwege taalverschillen?
      K: Zij waren heel erg onder de indruk. Iedereen vroeg ons hoe het kwam dat we zo goed Engels kenden. De Amerikanen begrijpen niet dat Europeanen meerdere talen kennen. Dat vonden ze wel indrukwekkend.

      J: We zijn zeker niet bij de besten van de klas, ook niet bij de slechtsten, maar we konden ons best redden. In het begin is het wel moeilijk om je de hele dag te concentreren op de andere taal. Het enige probleem dat we eigenlijk gehad hebben, was toen we terug thuiskwamen om Nederlandse zinsstructuren te maken en Nederlandse woorden te vinden.
  • Denken jullie dat een stage in het buitenland voordelen heeft ten opzichte van een stage bij ons?
      J: Jazeker, als je kunt zeggen dat je je stage bij een bepaald bedrijf hebt gedaan of als je kunt zeggen dat je je stage bij datzelfde bedrijf in Amerika hebt gedaan, ik denk dat dat bij sommige stagegesprekken wel doorslaggevend kan zijn.

      K: We denken trouwens dat zo’n stage voordelen biedt voor beide partijen omdat zij een tekort hebben aan informatici, en zeker aan informatici die van alles een beetje weten, zij kennen hun domein en daarbuiten weten ze niks.

      J: Zo herinneren we ons een moment dat ze een harde schijf aan het installeren waren, maar het formatteren en het installeren van de software heeft dagen geduurd. Zij zijn heel eng gericht, wij hebben een algemene vorming.
  • Wat vinden jullie nu van de Amerikanen?
      J: Voor ik vertrok vond ik Amerikanen geweldig. Op TV overdrijven ze allemaal. ’n Beetje showmannen, he. Maar in werkelijkheid zijn die TV-beelden toch niet altijd overdreven.

      K: Zij willen laten zien wat ze waard zijn.

      J: Hier komt dat overeen met opvallen, de dikke nek uithangen, maar daar is dat normaal, daar doet iedereen zo.

      K: Als je daar bij iemand op een bureau komt, dan hangt heel zijn levensverhaal aan de muur, foto's enz. Ze vertellen ook direct over hun vrouw, kinderen en religie.

      J: Ik heb de indruk dat ze enorm langzaam zijn. Dat hou je niet voor mogelijk. Ze zijn heel geïnteresseerd in buitenlanders en ook in elkaar.
  • Kunnen jullie de studenten die ook zo'n stage willen nog enig advies geven?
      K: Begin er alleszins op tijd aan, minstens een jaar op voorhand. Niet dat er zoveel te regelen valt, maar bepaalde dingen vergen tijd, en ook: zet Amerikanen niet onder druk. Dat is de fout die we gemaakt hebben bij ons eerste bedrijf. We wilden in hun ogen te snel zijn.

      J: Jullie moeten geen schrik hebben dat jullie in Amerika aan jullie lot worden overgelaten. Je moet gewoon alles op tijd geregeld krijgen en je moet wat geluk hebben.

      K: Jullie kunnen misschien het beste zoeken naar een bedrijf hier dat ook een onderneming daar heeft. En neem contact op met iemand die dat voor jullie kan regelen.
  • Hebben jullie daar ook nog andere dingen gedaan?
      J: We zijn regelmatig naar de film geweest. Wij zaten op een plaats met bijna alleen noodzakelijke winkels.

      K: Het uitgaansleven bij ons is wel even anders. Hier kun je naar een dancing gaan of een fuif waar iedereen naartoe kan. Je betaalt je entree en je bent binnen maar daar zijn fuiven meer privé. We hebben hun verteld hoe het uitgaansleven bij ons is en dat vonden ze fantastisch, zoiets hadden ze nog nooit gehoord. Wij hebben verder vooral rondgereden om de omgeving te zien.

      J: We zijn naar Iowa City geweest, een studentenstad.
  • Gaan jullie nog terug?
      K: We willen er vast beginnen. We hebben onlangs bericht gehad dat ze ermee bezig zijn.

      J: Maar dat kan aan hun snelheid nog wel een tijdje duren. En is het niet bij Bandag dan hopen we om een ander bedrijf te vinden.
    Stefan Flipkens